Laden Evenementen

Alzheimer café Amsterdam Noord

Als je dierbare is opgenomen
Hoe leven we samen verder?

28 maart 2017 van 19:30 - 21:30
Jan beantwoordt een vraag uit het publiek

Jan beantwoordt een vraag uit het publiek

Wanneer je naaste met dementie is opgenomen, verschuiven de verhoudingen. De fysieke zorg ligt voortaan bij het personeel van de instelling, en die overgang wordt door mantelzorgers niet altijd als probleemloos ervaren. De één ervaart opluchting, de ander frustratie. Frustratie om dat wat niet meer zelf kan worden bepaald, frustratie om verzorgers die de voorgeschiedenis van de persoon met dementie missen. Wat als er met hen een verschil van mening, of zelfs conflict ontstaat? Het kan beangstigend zijn om op te komen voor de belangen van je dierbare, als deze voor de kwaliteit van zijn of haar leven grotendeels afhankelijk is van de instelling.

Aan de andere kant kunnen de zorgmedewerkers juist een nieuwe bron van steun vormen. Zij hebben kennis van de situatie, begrijpen waar de mantelzorger het over heeft. Toch kan ook dan het gevoel ontstaan dat de naaste met dementie ‘van’ de instelling is geworden, en niet meer van jezelf. Hoe ga je hiermee om, en hoe leef je toch samen verder? Welke zorg ligt nog wel bij jou? Deze vragen kwamen aan de orde tijdens het Alzheimercafé van dinsdag 28 maart.

Aan het woord is Jan, wiens vrouw zes jaar geleden de diagnose Alzheimer krijgt. Na de diagnose volgt een periode van oriëntatie, wat staat het echtpaar te wachten? Tegelijkertijd gaat het leven ‘gewoon’ door. Totdat Jan na vijf jaar beseft dat hij de steeds zwaarder wordende zorg niet meer aankan. ’s Nachts slaapt hij vier, drie, soms maar twee of een uur. “Je begint te zweven, kan er niet meer goed voor je vrouw zijn.” Jan gaat langs bij verschillende verpleeghuizen, waar hij mensen als Rebecca tegenkomt. Rebecca is teammanager op een afdeling voor mensen met dementie, en vanavond ook aanwezig. Zij vertelt over het moment dat mensen bij haar aankloppen, hoe zij wegwijs worden (gemaakt) in het verpleeghuis, en hoe het leven er daar uitziet.

Vanuit zijn eigen ervaring vertelt ook Jan over het leven in een verpleeghuis. Zijn vrouw is opgenomen in een kleinschalige woongroep. De eerste anderhalve week bleef Jan weg, om zijn vrouw de kans te geven te wennen, en om zichzelf te beschermen. De periode die volgde was niet makkelijk. Toch hebben Jan en zijn vrouw inmiddels beide hun draai gevonden. Zijn vrouw is de vrolijke noot in de groep, en Jan geniet ervan te zien dat dit een aanstekelijk effect heeft op de andere bewoners. Zelf betrekt hij hen ook bij zijn bezoek: hij neemt koekjes voor ze mee, maakt een opmerking over het weer, vraagt naar de kinderen. Het contact met de groep heeft een meerwaarde voor de nieuwe invulling van zijn rol als partner. Want die rol is er zeker nog. De verzorging heeft weliswaar de belasting van vierentwintig uur per dag waakzaamheid overgenomen, Jan blijft zijn vrouw plezier doen met frequent bezoek en het aanbrengen van haar make-up.

In gesprek met het publiek komen de verschillen tussen klein- en grootschalig wonen ter sprake. We concluderen dat de beste woonvorm afhankelijk is van individuele behoeften en persoonlijkheid. Voor de één is kleinschalig wonen met zes of zeven medebewoners de beste vorm, voor de ander is dat benauwend. In dat geval kan een grotere afdeling uitkomst bieden: daar is (meer) ruimte om rond te lopen, of een eigen hoekje op te zoeken.

Naast deze verschillen, komen ook de ontwikkelingen in de kwaliteit van de zorg aan bod. Waar men vroeger sprak van agressie en al snel overging op medicatie, klinkt tegenwoordig de term ‘onbegrepen gedrag’. Steeds meer regel dan uitzondering wordt het gebruik om eerst alle andere mogelijke opties af te gaan voordat men als uiterste noodmaatregel overgaat tot medicatie. En dan altijd in overleg met en met goedkeuring van de familie. Verzorgenden leren kijken naar houding, stand van de ogen, zaken die aangeven wat er niet goed gaat. Ze proberen in te springen door af te leiden, aan te sluiten bij het levensverhaal van de bewoners. Nieuwe landelijke wetten en inspecties verzekeren bewoners en hun naasten in toenemende mate van dit soort maatwerk.

De ervaring en informatie van Jan en Rebecca geven de aanwezigen een blik in de toekomst. Voor wie direct te maken heeft met dementie, is dat vaak een confronterende, maar waardevolle blik. Het schept een beeld van wat men op zijn of haar pad kan verwachten in de verre of nabije toekomst. En soms neemt het angsten weg die zijn ontstaan aan de hand van slechte ervaringen uit het verleden.

Gegevens

Datum:
28 maart 2017
Tijd:
19:30 - 21:30

Locatie

Restaurant De Die
Loenermarkt 900
Amsterdam, Nederland
+ Google Maps

Organisator

Noord

Komende bijeenkomsten

    Geen bijeenkomsten gepland.